Details – I

Notebook - Foto Flickr WaferboardIk hoor een steeds harder wordend gerommel over de stenen van het perron mijn kant op komen. Ik open mijn ogen die verscholen gaan achter een zonnebril en zie recht voor mij, keurig achterelkaar, één jongetje en twee meisjes voorbij lopen, ieder aan een koffer op wieltjes trekkend die maar net een kop kleiner is dan de lengte van het lichaam die het volgt. Mijn eerste gedachte is dat ze alle drie even oud zijn. Zeven of acht jaar, ongeveer. Ze lijken een drieling te vormen, een driedelige eenheid. Vervolgens kijk ik nog iets beter. Het meisje dat naast mij gaat zitten, heeft inmiddels ergens een groot bloemetjesschrift vandaan gehaald. Waar vandaan? Geen idee, maar dat is niet belangrijk. ‘Maleisië 2010’ staat er in sierlijke letters op de voorkant geschreven. Nu kijkt het meisje in de richting van een man en een vrouw die beiden ook een koffer bij zich hebben.

‘Mijn beugel zit toch in de handbagage, mam?’

Nee, in dat geval moet ze wel iets ouder zijn, tenzij orthodontisten ook al kinderen lastig vallen waarvan nog niet eens de helft van het melkgebit eruit is gevallen. Ik zie dat zij de oudste van de drie is. Haar kleinere zusje en broertje lopen nu onrustig rond en kijken naar hun vader die een grote rugtas draagt, waarschijnlijk met een grote zak snoep. Het meisje slaat de eerste bladzijde van het bloemetjesschrift open. Ze haalt de dop van een pen, ik heb ook geen idee waar die pen vandaan komt, en wil gaan beginnen met schrijven. Dan aarzelt ze.

‘Welke datum is het vandaag?’

Niemand reageert op haar vraag. Vader heeft net de grote zak met snoep uit zijn rugtas tevoorschijn gehaald en moeder kijkt nu met een zuinig gezicht kijkt naar het scherm van de videocamera die om haar nek hangt.

‘De batterij kan nog twaalf uur mee…’

‘Welke datum is het?’

’19 juli,’ antwoord ik snel.

‘Wat is er schat?’

Het meisje kijkt me aan. ‘Echt? Oh, laat maar mam!’

Ik bevestig door even de zonnebril van mijn gezicht te halen en te knikken.

‘Nee hè. Pap, je hebt de verkeerde drop gekocht! Mam, heb jij nog apenkoppen?’

De blik op het gezicht van de vader zorgt er voor dat ik direct spijt krijg van alle keren dat ik vroeger mijn bord niet leeg had gegeten, ondanks de moeite die iemand er voor had gedaan. Het meisje begint ondertussen met schrijven. Eerst de datum en dan een paar zinnen die ik vanwege het auteursrecht hier niet zal noemen.

‘Mag ik lezen wat je schrijft?’ Broertje komt op haar afgelopen.

‘Nee, laat Annelijn maar met rust, Joris.’ Ouders die hun reisverslaggeefster in wording willen beschermen. Of een ruzie willen voorkomen.

‘Dat mag hoor! Hier, schrijf maar wat. Zet er dan wel eerst je naam voor.’ De zus – Annelijn dus – die haar auteursrecht wil beschermen. Dat is van mij en dat niet.

‘Ik schrijf niet mooi voor de duidelijkheid,’ zegt broertje Joris.

Niet mooi schrijven voor de duidelijkheid… Niemand lijkt de woorden van Joris te hebben gehoord. Ik herhaal hem nog eens zachtjes in mijn hoofd. Niet mooi schrijven voor de duidelijkheid, dus lelijk schrijven voor…

‘Wat wil je daar gaan kopen, papa?’

‘Sloffen,’ zegt hij tegen de kleine zus, terwijl hij op zijn voeten wijst.

‘Even serieus, papa.’

Papa kijkt even wanhopig en volgt met zijn ogen de trein die het station komt binnengereden. Ik zie hoe koffers worden gepakt en mensen en kinderen naar de ingang van de trein lopen. Ik zie Annelijn even naar mij kijken: alsof ze zich probeert te herinneren welke kleur ogen achter de zonnebril schuilgaat van de jongen die haar de exacte datum gaf van de dag waarop De Reis begon.

Foto: Flickr/Waferboard

Driebergen, 19 juli 2010

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *