‘Te klein saneringsfonds voor Europese bankenunie’

Eurobiljet - Foto Flickr Public Domain PhotosEen ‘mijlpaal in het Europese integratieproject’ noemde dagblad Trouw de woensdag van 18 december 2013, de dag waarop de Europese bankenunie definitief tot stand kwam. Niet langer ligt de (volledige) verantwoordelijkheid bij één euroland om de bankensector te controleren én eventueel in te grijpen. De Europese Centrale Bank houdt voortaan het toezicht op de 260 grootste banken. Nationale toezichthouders, zoals in ons land De Nederlandsche Bank, dragen de aansprakelijkheid voor de kleinere banken.

Daarnaast moet één Europese bankenautoriteit ingrijpen wanneer een bank extra financiële steun nodig heeft of failliet moet gaan. Wie voor deze kosten moet opdraaien, ligt nu met de Europese bankenunie vast in de onderstaande volgorde:

1. De bank zelf

2. Obligatiehouders/aandeelhouders

3. Spaarders met meer dan 100.000 euro

4. Saneringsfonds van 55 miljard

5. Europese belastingbetaler

De redding van de SNS-bank kwam afgelopen jaar op rekening van de Nederlandse staat, die hiervoor extra geld moest ophalen, onder andere bij de belastingbetaler. Dit is in eerste instantie niet meer nodig. Spaarders, aandeelhouders én het fonds van 55 miljard euro – gevuld met geld van de bankensector zelf – zullen de klappen in de toekomst gaan opvangen.

Toch bestaan er ook zorgen om de bankenunie. Individuele lidstaten hebben nog steeds te veel macht waardoor de besluitprocedures in crisissituaties nog veel te lang gaan duren, schrijft Der Spiegel. Bovendien komt er veel te weinig geld in het saneringsfonds van de bankensector: in 2026 moet de omvang van dit fonds 55 miljard bedragen. “De redding van één Ierse bank kostte enkele jaren geleden al de helft van dat bedrag”, geeft het Duitse weekblad aan.

Lees ook: Europese bankenunie heeft nog een lange weg te gaan

This Post Has One Comment

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *