Dubieus opkomstpercentage in Nieuwsuur

Still Nieuwsuur - Europees onbehagenNieuwsuur zond afgelopen dinsdag het vijfde en laatste deel van de reportage ‘De Europese worsteling’ uit. Aan de hand van interviews verklaarde journaliste Saskia Dekkers de onvrede in diverse landen over de Europese Unie. In de slotreportage kwam Nederland aan bod.

Aan het begin van de uitzending presenteerde Nieuwsuur enkele cijfers om het onbehagen van Nederlanders over Europa te illustreren. De cijfers waren afkomstig van onderzoeksbureau Ipsos, dat in opdracht van Nieuwsuur onderzoek had gedaan.

Geen historisch moment
“Op de vraag ‘bent u van plan om te gaan stemmen bij de komende Europese Parlementsverkiezingen?’ antwoordt meer dan 70 procent ‘ja’. In Limburg lopen ze minder warm voor deze verkiezingen. Daar zegt ruim 60 procent te gaan stemmen”, aldus presentatrice Astrid Kersseboom die daarmee de insteek van de reportage formuleerde.

Indien Ipsos deze cijfers zelf ook serieus zou nemen, had het onderzoeksbureau waarschijnlijk gesproken van een ‘historisch moment’ in de geschiedenis van de Europese Unie. Het opkomstpercentage bij de Europese Parlementsverkiezingen lag in Nederland namelijk nooit boven de 60 procent. Een verdubbeling dit jaar zou ronduit sensationeel zijn aangezien in 2009 slechts 37 procent van de kiesgerechtigden een stem uitbracht.

In werkelijkheid wist Ipsos ook wel wat de enquêteresultaten niet helemaal valide waren. In het rapport op de website van Nieuwsuur stond dit ook vermeld: “Op basis van de onderstaande resultaten kan geen prognose gemaakt worden van de opkomst bij de komende EP-verkiezingen.’ Na forse kritiek van G500-oprichter Sywert van Lienden maakte Ipsos dit nog explicieter in een aangepaste versie van de onderzoeksresultaten op de website. “Met de vraag naar stemintentie kunnen we wel vergelijken of er verschil is in de mate waarin Limburg en Nederland ‘warm lopen voor de verkiezingen’, maar de uitkomst van deze vraag is geen graadmeter voor de werkelijk te verwachten opkomst. Uit ervaring weten we dat – afhankelijk van het soort verkiezing – de werkelijke opkomst beduidend lager ligt dan de gemeten intentie. Het percentage ligt meestal tussen de 50% en 70% van de gemeten stemintentie.”

8 miljoen niet-stemmers
Oftewel: cijfers van Ipsos bevatten nauwelijks voorspellende waarde over de opkomst bij de verkiezingen in mei. Er had net zo goed aan de hand van de opkomst in 2009 een voorspelling kunnen worden gedaan. Uiteindelijk koos Nieuwsuur op basis van het Ipsos-onderzoek voor een reportage in het ‘eurosceptische’ Limburg omdat hier significant meer PVV- en SP-stemmers zouden wonen.

Is deze journalistieke insteek van Nieuwsuur terecht gezien de onderzoeksresultaten van Ipsos? Blijkt het ‘onbehagen over Europa’ niet veel duidelijker uit de 8 miljoen Nederlanders die in 2009 thuis bleven bij de Europese verkiezingen dan de 1 miljoen stemmen voor de PVV en SP?  Waarom zegt ruim 70 procent van de ondervraagden dit jaar wél te gaan stemmen dit jaar, terwijl waarschijnlijk de helft van deze mensen thuis blijft? Waarom kan de kiezer nog steeds niet naar de stembus worden bewogen nu er met de PVV en SP zelfs een helder geluid tegen ‘meer Europa’ valt te kiezen?

Deze vragen blijven dankzij Nieuwsuur helaas onbeantwoord.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *