Lijsttrekkersverkiezingen zijn vooral opvallend impopulair

De Franse schaapsherder José Bové – in 1999 veroordeeld voor het vernielen van een McDonalds – is afgelopen woensdag samen met Ska Keller verkozen tot lijsttrekker van de Europese Groene Partij. Wat houdt deze voorverkiezing nu precies in?

De ambtstermijn van de huidige voorzitter van de Europese Commissie José Barroso verloopt dit jaar. Zijn opvolger moet volgens het Verdrag van Lissabon op één of andere manier voortkomen uit de Europese Parlementsverkiezingen. Iedere alliantie in het Europees Parlement, bestaande uit nationale partijen met vergelijkbare ideologische achtergrond, schuift daarom nu een kandidaat naar voren. Deze kandidaat wordt tevens beschouwd als lijsttrekker. De alliantie met de meeste zetels na de verkiezingen in mei mag vervolgens de nieuwe voorzitter van de Europese Commissie leveren.

Lage opkomst
De Europese Groenen organiseerde als enige alliantie een openbare lijsttrekkersverkiezing op internet. Er werd gehoopt op een opkomst van minimaal 100.000 kiezers, maar uiteindelijk brachten slechts 22.656 Europeanen één of twee stemmen uit (zie voetnoot). De lage opkomst is nauwelijks een verrassing te noemen: de namen van de gekozen kandidaten doen waarschijnlijk bij niemand een belletje rinkelen. De voormalig schapenboer en milieuactivist José Bové geniet nog de meeste bekendheid: zo vernielde hij in 1999 een Franse vestiging van een McDonalds in aanbouw.

Schapen - Foto Flickr _Pixelmaniac_In Nederland organiseerden onder andere CDA, D66 en GroenLinks vorig jaar lijsttrekkersverkiezingen. Partijleden konden hierbij aangeven wie de lijsttrekker mocht zijn bij de komende Europese verkiezingen. Zowel bij CDA (met 60.000 leden) als D66 (23.000) bracht ongeveer twintig procent van de leden een stem uit. De lijsttrekkersverkiezingen waren daarmee geen groot succes.

Sociaal zwakkeren ondervertegenwoordigd
Als je afgaat op deze opkomstpercentages zitten de meeste kiezers dus niet te wachten op een voorverkiezing met ‘primary’ lijsttrekkers. De Duitse filosoof Jürgen Habermas kwam in zijn essay ‘De toekomst van de Europese democratie’ al tot een vergelijkbare conclusie. Volgens hem is het vooral een politiek sterk geëngageerde groep burgers die gebruik maakt van ‘directe democratische mechanismen’. Bij nationale verkiezingen zijn de ‘sociaal zwakkeren’ (lager opgeleiden of burgers met een niet-Nederlandse afkomst) altijd al sterk ondervertegenwoordigd geweest. Volgens Habermas doet deze groep aan directe lijsttrekkersverkiezingen nóg minder vaak mee.

Heeft zo’n voorverkiezing zin met kandidaten die zeer beperkte kring bekend zijn? Willen burgers zich er niet in verdiepen? Of vallen de lage opkomstpercentages nog te wijten aan de gebrekkige bekendheid van de lijsttrekkersverkiezingen? Politieke partijen in Nederland én Europa zullen zich de komende jaren op deze vragen moeten richten. Dat directe lijsttrekkersverkiezingen weer op dezelfde manier worden georganiseerd, lijkt nu uitgesloten.

Voetnoot: Met de keuze voor twee lijsttrekkers lijken de Europese Groenen er overigens niet op te rekenen om uit te groeien tot de grootste alliantie. Gezien de huidige 58 zetels is dit ook onwaarschijnlijk: de christen-democratische fractie EVP (Europese Volkspartij) op heeft op dit moment 274 van de 751 zetels. Door te kiezen voor twee lijsttrekkers uit twee verschillende EU-landen mikt de alliantie vooral op een grotere naamsbekendheid. Er moeten zo in ieder geval meer stemmen dan in 2009 worden binnengehaald.

Foto: Flickr: _Pixelmanic_

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *