Gesomber over ontlezing

Nelleke Noordervliet Foto Flickr PjotrPRecent verscheen in De Groene Amsterdammer een essay van schrijfster Nelleke Noordervliet over de ondergang van de roman.

“De burger is vervangen door de hedonistische opportunist, de corrupte autocraat, de kortzichtige egoïst. De uitdrukkingsvorm die daarbij hoort is: lifestyle.  (…) Er zijn geen grote lezers meer, en dus verdwijnen de grote schrijvers. (…) De toekomst is aan de blurb. Een schrijversavond voor een jong publiek van nu is een sociale happening, waarbij het optreden vooral kort en het drinken lang moet zijn. De schrijver maakt muziek voor een toondoof gehoor. Geeft niet wat of hoe hij schrijft als hij zijn pr maar in orde heeft.”

Waarom zoveel gesomber? Is het überhaupt zinnig om je af te vragen of de roman ‘dood’ of ‘levend’ is als er alleen al in ons kleine taalgebied maandelijks meerdere literaire tijdschriften verschijnen, als kranten wekelijks met serieuze boekenbijlages komen, als wereldwijd miljoenen lezers in de pen klimmen om via Goodreads hun favoriete romans verdedigen en als uitgevers jaarlijks 17.000 A-boeken op de Nederlandse markt uitbrengen? (Toegegeven, dat zijn niet allemaal romans. Maar als uitgevers zoveel verschillende titels in ons kleine taalgebied kunnen aanbieden, is het niet bespottelijk om te somberen of de toekomst van de roman?)

In 2011 sprak ik Daniël Rovers over het zogenaamde ‘einde van de roman’. Hij zei daarover:

”Ongetwijfeld bestaat er een probleem dat ontlezing wordt genoemd, of liever: mensen lezen vooral anders. Meer Facebook, minder conventioneel boek. Maar ik denk dat degenen die het einde van de literatuur verkondigen, en daar dan een boek over schrijven, een groter gevaar opleveren. Het valt me op dat die mensen nooit echt grote lezers zijn, nooit echt werkelijk van literatuur houden. Het is alsof iemand die niet van honden houdt, zegt dat de liefde voor viervoeters nu toch echt haar langste tijd heeft gehad. Mij interesseert eigenlijk vooral hoe die zogeheten ‘ontlezing’ de literatuur gaat vormen. Romans zullen beknopter worden, waardoor het tempo veel hoger komt te liggen. Elf  [de eerste roman van Daniël Rovers, rdj] is daar al een voorbeeld van. Voor een oudere generatie is dat soms moeilijk te verhapstukken, omdat de informatiedichtheid ook veel hoger wordt. Ik zelf houd erg van boeken die de lezer niet als malle Pietje beschouwen, hem niet vervelen met ellenlange uitleg en beschrijvingen. Een mooie maatstaf voor literatuur: het is een genre dat niet valt samen te vatten; elke zin moet raak zijn.”

Foto: Kees van Kooten en Nelleke Noordervliet. Copyright: Flickr/PjotrP

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *