Motieven voor niet-stemgedrag blijven onderbelicht

Wanneer U2 optreedt in een uitverkochte Ziggo Dome haalt dat iedere krant en nieuwssite. Wanneer drie miljoen Nederlanders (driehonderd keer een uitverkochte Ziggo Dome) geen gebruik maken van hun stemrecht bij de Tweede Kamerverkiezingen, volgt er geen discussie over het functioneren van de Nederlandse democratie. (Overigens ook niet wanneer zeven miljoen burgers wegblijven bij het vijfjaarlijkse feest van de Europese democratie.)

Tenminste, zo lijkt het.

Statistisch gegeven
Voor mijn masterscriptie bracht ik in kaart hoe Nederlandse kranten schrijven over niet-stemgedrag in binnen- en buitenland. Klopt de aanname dat media inderdaad zelden schrijven over een lage verkiezingsopkomst? Deze bleek juist te zijn. In de periode 2008 – 2013 kon ik in vijf verschillende kranten 657 artikelen vinden waarin niet-stemgedrag of een lage verkiezingsopkomst ter sprake kwam. Dat zijn gemiddeld 22 artikelen per krant per jaar.

Daarnaast toont mijn onderzoek dat de motieven van thuisblijvers in dertig procent van de artikelen onvermeld blijven. Journalisten laten nooit na te melden welke partij de verkiezingen gewonnen heeft, maar de achterliggende motieven van niet-stemmers (meestal de grootste groep kiezers) worden buiten beschouwing gelaten. Media schrijven dan over het opkomstpercentage als een ‘statistisch gegeven’ en geven geen verklaring voor het thuisblijven van de burger. Hieronder twee voorbeelden:

Stilletjes hoopte de concurrentie dat de PVV door een lage opkomst de opiniepeilingen van de laatste tijd niet zou waarmaken. Maar dat bleek niet het geval. De opkomst was met 36 procent zelfs lager dan in 2004. Toch trok de PVV met haar stellingname tegen de islam en slogan ‘Voor Nederland’ 17 procent van de stemmen. (NRC Handelsblad, 5 juni 2009)

Eind vorig jaar verloor het CDA flink bij de Europese verkiezingen. Vooral aan de PVV, in Limburg en Brabant. De evaluatie werd intern gehouden. Het kwam allemaal door de lage opkomst. Kaken op elkaar en dóórgaan, was het devies. (de Volkskrant, 12 juni 2010)

Lezers moeten vaak zelf maar raden of burgers boos, cynisch, anti-democratisch of onverschillig zijn. Of dat ze een hele andere reden hebben om niet te stemmen, zoals in ontwikkelingslanden of onder een autoritair regime.

Relevant
Is het erg dat kranten regelmatig motieven voor niet-stemgedrag buiten beschouwing laten? In het boek De wankele democratie stellen drie Nederlandse politicologen dat burgers bij iedere verkiezing aan de hand van een kosten-batenanalyse bepalen of zij de gang naar de stembus maken. Als partijen te weinig van elkaar verschillen of als zij de betreffende bestuurslaag (Tweede Kamer, Europees Parlement, provinciehuis of gemeenteraad) onbelangrijk vinden, blijven zij eerder weg. De calculerende burger kan in dat opzicht prima zelf bepalen of stemmen de moeite is of dat hij er onverschillig onder blijft.

Hierom zouden motieven voor niet-stemgedrag – van de Nederlandse burger – voor media oninteressant zijn om te vermelden. De journalist heeft de taak om al het ‘bijzondere’ in de maatschappij uit te lichten. Waarom zouden zij zich dan moeten bezighouden met onverschillige burgers?

De nooit voltooide democratie
Toch valt er wel iets tegen deze berustende visie in te brengen. Volgens de Franse filosoof Pierre-Rosanvallon is een democratie per definitie nooit ‘af’. Verkiezingen zijn een middel om de pluriformiteit in een maatschappij tot uiting te brengen. Als zij daar onvoldoende in slagen, moet een democratie zichzelf ‘verder’ ontwikkelen om te voorkomen dat de besluitvorming uitdraait op een ‘tirannie van de meerderheid’. Rosanvallon pleit hierom voor meer organisaties die tegengewicht kunnen bieden aan de gevestigde macht en zo meer geluiden uit de samenleving kunnen vertegenwoordigen.

Een lage verkiezingsopkomst betekent niet direct dat een democratie slecht functioneert. Daarvoor is het van belang om te weten waarom burgers wegblijven van een verkiezing. Zijn zij erg ontevreden over politici of staan zij slechts ‘onverschillig’ tegenover zoals de auteurs in De wankele democratie betogen?

Als Nederlanders inderdaad onverschillig staan tegenover verkiezingen, is dat evengoed nieuwswaardig; het ‘wringt’ met het dominante frame van opiniemakers die de crisis van de democratie afkondigen omdat burgers boos zijn Als Brazilianen, Amerikanen, Iraniërs, Zuid-Afrikanen of Russen massaal niet naar het stemhokje gaan, geldt hetzelfde: is dit nu wel of niet een teken van een systeem dat op instorten staat en te weinig maatschappelijke pluriformiteit articuleert?

Methode
Voor mijn masterscriptie telde ik allereerst het aantal berichten waarin melding werd gemaakt van een lage verkiezingsopkomst. Voor de periode 2008 – 2013 ging het in totaal om 657 artikelen, verdeeld over vijf landelijke kranten (Algemeen Dagblad, De Telegraaf, de Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw). In 200 van de onderzochte artikelen stipte de journalist een lage opkomst bij verkiezingen aan, maar bleef een een motief daarvoor onvermeld. De volledige scriptie kun je hier lezen.

Dit is deel 1 van een serie blogs over media en niet-stemgedrag. In deel 2 ga ik in op de onderzochte artikelen waarin wél een motief voor niet-stemgedrag wordt genoemd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *