Pushbericht

De afbeelding toont de Friends Arena in Solna

Hieronder lees je een fragment uit mijn verhaal over de verloren Europa League-finale van Ajax tegen Manchester United in 2017, met de werktitel Middencirkel.

Aan de oever van de Råstasjön, een waterplas waar eenden verborgen in het riet op hun eieren broeden, ligt de Friends Arena — een voetbalstadion en indoorhal ineen — ingeklemd tussen een rangeerterrein voor goederentreinen, een lingeriewinkel en de lokale Disney Store.

Naast de voetbalwedstrijden van AIK Fotboll en het Zweedse nationale elftal kun je in de Arena popconcerten, motorcross-, ijshockey- en paardrijwedstrijden bijwonen. Het jaarlijks hoogtepunt zijn echter de opnames voor de televisieshow waarin heel Zweden bepaalt wie het land mag vertegenwoordigen op het Eurovisie Songfestival en zo in de voetsporen van ABBA of Charlotte Nilsson kan proberen te treden. Voor die avond zijn alle 54.000 kaartjes steevast binnen tien minuten uitverkocht.

Toch valt dat in het niet bij wat er 24 mei 2017 te gebeuren staat.

Op het plein voor de ingang vliegt een bal door de warme lentelucht. Fans met plastic bekers bier in de hand schieten de bal van supportersgroep naar supportersgroep, van Ajax naar Manchester United en weer terug. Mannen in witte overhemden en met kletsnatte oksels haasten zich door de drukte richting de hoofdingang op weg naar hun skybox waar ze de hele avond van witte wijn kunnen nippen. Met de éne hand proberen ze hun hersenpan te beschermen voor de bal, met de andere hand vegen ze het zweet van hun voorhoofd.

De omvang van de legioenen op het plein neemt met de minuut toe. Er loopt een continue stroom supporters in rode en rood-witte shirts in de richting van de Arena, dwars door de Scandinavia Shopping Mall met haar 43 restaurants, 179 winkels en Imax-bioscoop, die ontspringt bij het treinstation Solna (pendeltåg).

Daar, voor de openstaande schuifdeuren van het station, weigeren twee figuren zich vooralsnog te mengen in de hysterie. Daar, nog net binnen de gratis WiFi-zone, wacht Johannes geduldig op het moment dat zijn zeventienjarige dochter Sophie klaar is met enkele, voor haar zo noodzakelijke handelingen op haar telefoon.

Hij had haar al emotioneel ondersteund bij het kiezen van de leukste selfie uit een reeks van tweeëntwintig vrijwel identieke foto’s, zoals dat van een goede vader in 2017 mag worden verwacht. Toch zal hij blij zijn als ze straks in het stadion op hun plekken zitten en Ajax begint met voetballen. Dan hoeven ze zich nog maar om één ding druk te maken.

Zijn vorige Europese finale, exact 22 jaar geleden in Wenen, was een stuk overzichtelijker. De enige vragen waar hij en Pieter zich mee bezig hielden was op welk terrasje ze hun volgende pilsje zouden drinken en hoe laat ze naar het stadion moesten lopen. Ja, dat was een mooie tijd. De sfeer voorafgaand aan de wedstrijd, het doelpunt van Kluivert vlak voor tijd, de tranen van Rijkaard…

Wat de geboorte van Jezus was voor christenen, was voor Johannes de vijfentachtigste minuut van de vierentwintigste mei in 1995. Sindsdien was er een vóór en een na. Een referentiepunt dat alle andere wedstrijden en gebeurtenissen in zijn leven in het juiste perspectief zette.

En nu staat hij hier. Niet met Carla, niet met zijn beste voetbalmaat Pieter, maar met zijn dochter Sophie. Het voelt dubbel dat hun eerste voetbalwedstrijd samen het einde betekent van een onvergetelijk seizoen. Hij zou soms willen dat het langer duurt, dat er nog een wedstrijd was om naar uit te kijken. Aan de andere kant maakt dat vandaag juist zo speciaal. Toen hij via zijn werk aan twee finalekaarten kon komen en — al dan niet met instemming van Carla — één kaartje cadeau deed aan Sophie voor haar zeventiende verjaardag, wist hij precies wat er op op het spel kwam te staan. Op de tribune zitten bij de grootste wedstrijd van Ajax in de 21ste eeuw met zijn dochter naast hem, kon zomaar de één na mooiste voetbalervaring van zijn leven worden.

Hij had hun trip minutieus voorbereid. Met een stadswandeling langs alle highlights van Solna wilde hij voorkomen dat Sophie zich ook maar één moment zou vervelen. De uitgeprinte routebeschrijvingen moesten hem ervan weerhouden dat ze zouden verdwalen als de batterij van zijn telefoon leeg was. Zelfs de looproute van het treinstation naar de Friends Arena heeft hij van te voren via Google Streetview verkend om te voorkomen dat ze in de drukte de verkeerde kant op zouden lopen.

‘Mooi hoor,’ was het enige commentaar dat ze gaf, nadat Johannes de meest aansprekende feiten van Wikipedia had voorgelezen uit het leven van Gustaaf III. Van het paviljoen van de Zweedse koning uit de 18e eeuw, de blauw met goud gestreepte kopertenten in het Hagapark tot de filmstudio’s van Råsunda waar volgens de reisgids liefhebbers van Ingmar Bergman hun hart kunnen ophalen: niets vond Sophie de moeite waard om te delen op haar Twibi. Dat was een teken aan de wand.

Hij heeft al de hele dag het gevoel dat ze iets anders had verwacht van deze trip. Dat ze eigenlijk liever wilde lunchen bij de Starbucks of winkelen in het centrum van Stockholm. Dat alleen haar puberale onverschilligheid haar in de weg staat om het voor te stellen. Sowieso verdenkt hij haar ervan dat ze wil voorkomen dat hun vader-dochtertrip een succes werd. Dat ze helemaal niet wil dat ze elkaar beter leren kennen en een leuke tijd samen hebben. Dat alleen Ajax haar een topdag kan én mag bezorgen.

Hij past zich aan, noodgedwongen. Als hij te vaak vraagt of ze het naar d’r zin heeft, wordt ze waarschijnlijk kribbig. Dan kunnen ze zomaar in een discussie belanden die er op neerkomt dat hij onvoldoende weet wat ze wel of niet leuk vindt. En ze heeft ook een punt, hij vindt het ook lastig. Deze trip is een veel complexere variant van de voetbalavonden die ze dit seizoen bij hem thuis samen beleefden. Nu moet hij er in de eerste plaats een leuke dag van maken, terwijl hij tegelijkertijd verantwoordelijk is voor allerlei randvoorwaarden voor een vlekkeloos verloop van die dag. Dat vraagt veel van hem. Heel veel. Daarom zou het fijn zijn als ze op z’n minst zegt wat ze zelf fijn vindt.

Hij vindt het moeilijk om het haar naar de zin te maken. Dat ligt net zo goed aan haar als aan hem. Zij liet weinig over zichzelf los als ze samen voetbal keken. Daar kon hij nog begrip voor opbrengen, zeker als de spanning opliep of het spel te mooi voor ogen was om er nog een zinnige analyse op los te laten. Maar vandaag waren de stiltes nog iets ongemakkelijker, hoe vaak hij ze ook opvulde met een anekdote over één van zijn talloze voetbaltrips met Pieter.

Johannes kijkt op zijn horloge en leunt met zijn gewicht van zijn linkervoet naar zijn rechtervoet. Hij wil Sophie niet opjagen, maar het lijkt hem verstandig om naar de Arena te lopen vóórdat de volgende wagonlading Engelse fans arriveert. Anders staan ze straks te lang bij de kaartcontrole in de rij, terwijl van achteren zweterige en vadsige bierbuiken tegen hen aan drukken.

Hij ziet haar staren naar het scherm van haar telefoon. Op de foto die ze na lang beraad met zichzelf en nog langer beraad met hem heeft uitgekozen, kijkt ze in een Ajax-shirt lachend de camera in, terwijl ze naar de Arena achter haar wijst.

‘Zullen we zo gaan?’

‘Ja, bijna…’

Johannes hoort een trein het station binnenrijden. Kort daarop klinkt een luid gejuich uit honderden schorre kelen. Precies als hij wil voorstellen om nu toch echt in beweging te komen, ziet hij haar gezicht betrekken.

‘Wat is er?’

Haar ogen zijn volledig gefixeerd op het scherm van haar telefoon. Carla zou zeggen dat het een slecht teken is. Als hij haar mocht geloven, moet je biologisch gezien minstens veertig keer per minuut met je ogen knipperen vanwege het blauwe licht dat een telefoonscherm afgeeft. Als je dat niet doet, maakt je lichaam te weinig melatonine aan, raak je gestrest en lig je tot vijf uur in de nacht wakker.

Het lijkt hem overdreven. Gezien de opperste concentratie waarmee Sophie al de hele dag naar het scherm van haar telefoon kijkt, verwacht hij dat ze aan het einde van de dag direct in slaap valt.

Zeker aangezien ze dan vol zit van alle indrukken van de wedstrijd.

‘Is de foto niet goed?’

Sophie zwijgt.

‘Heeft Coach de opstelling bekend gemaakt? Staat Elf toch in de basis?’

Als ze blijft zwijgen, maant Johannes zichzelf geduldig te blijven. Sophie zal de wedstrijd niet willen missen. Elke gemiste seconde van de warming-up van Ajax is er eigenlijk al één te veel. Hoe leger de tribunes in het stadion, hoe groter de kans dat ze met één schreeuw, één hartenkreet de aandacht van haar idool Vijfentwintig kan trekken. Dus ook al gaat ze volledig op in wat er op telefoonscherm, uiteindelijk zal ze het ding wegstoppen.

‘Sophie, zullen we…’

‘Vijfentwintig is geblesseerd!’

‘Wat?’

‘Dat staat hier!’

Ze toont een nieuwsbericht op haar telefoon met de kop: ‘Vijfentwintig dreigt finale te missen’.

‘Het zal wel meevallen,’ zegt Johannes sussend.

‘Dat weet je niet.’

‘Het staat tussen aanhalingstekens, dat betekent meestal dat het niet waar is.’

‘Maar stel dat het wel waar is.’

‘Dan schuift Negen door naar de spits. En waarschijnlijk kiest Coach dan voor Vijfenveertig of Zevenenzeventig vanaf rechts. Daar word je echt niet veel slechter van.’

‘Maar… Vijfentwintig…’

Er lijken tranen in haar ogen te verschijnen. Maar nog voordat hij beter kan kijken, wrijft ze kort in haar ogen, zonder dat de zorgvuldig aangebrachte mascara uitloopt. Johannes kijkt toe. Hij twijfelt of hij haar nu kan troosten of dat hij de dingen dan alleen maar erger maakt. Waarschijnlijk wel. Hij kan haar beter leren flinker te worden. Al is het maar een klein beetje. Hoe moet het anders later als ze echte teleurstellingen krijgt te verwerken? Nu zijn het acht woorden boven een dubieus nieuwsbericht over een blonde Deense spits. Later komen er grotere teleurstellingen. Om één woord dat je nooit wilt horen. Of om een stilte die maar voortduurt.

‘Kom.’ Hij klopt op haar schouder en duwt haar met zachte hand van de pendeltåg vandaan. ‘Het is tijd om te gaan.’

Vandaag is hun allereerste voetbalwedstrijd samen, ook al had Sophie wel eens gevraagd of ze met hem mee kon naar een ‘gewone’ wedstrijd van Ajax.

‘Dat gaat helaas niet, het is dit seizoen echt onmogelijk om aan losse kaarten te komen.’

Dat was deels waar.

Sinds Pieter zijn seizoenskaart in 2011 hard opgezegd — vak 419, rij 9, stoel 25 — zat Johannes naast een oude, grijze man die bovendien zeer slecht ter been was en ‘meneer Groen’ heette.

‘Ik zat eerst op Zuid, maar daar willen ze mij niet meer hebben,’ vertelde hij. ‘Als ik roep “Zitten, zitten!” worden mensen boos. Terwijl ik gewoon de wedstrijd wil zien in plaats van met z’n allen een beetje op en neer te springen. Er wordt al zo weinig gescoord. Dan wil je de doelpunten niet missen omdat één iemand iets roept over de entree en er daarna zoveel vuurwerk wordt afgestoken dat je geen hand voor ogen meer ziet.’

Hij had meneer Groen graag ingeruild voor zijn dochter, zij vroeg tenminste niet drie keer per wedstrijd of hij mee naar de wc wilde lopen. Ook de eindeloze anekdotes over De Meer kwamen hem inmiddels de keel uit, net als zijn analyse van het spel — hoe kort en krachtig die ook mocht zijn.

‘Tempo!’ schreeuwde meneer Groen zo’n driemaal per wedstrijd. Het was één van de weinige keren dat hij van zijn stoel op stond. Zelfs na een doelpunt bleef hij zitten.

Aan de andere kant van Johannes zaten ook seizoenskaarthouders. Daardoor was er in de vrije verkoop geen kaartje voor Vak 419, rij 9 beschikbaar. Hooguit voor de rijen boven hem, voor een competitiewedstrijd tegen clubs als FC Twente of PEC Zwolle. Maar, Johannes wilde dat Sophie’s eerste wedstrijd speciaal zou zijn. Niet zoals die van Carla, op de laatste speeldag toen de competitie al lang gespeeld was. Alle eerste keren moeten speciaal zijn, daarom wilde hij zoveel mogelijk eerste keren voor Sophie in één keer proppen. De eerste finale, de eerste Europese wedstrijd van Ajax, de eerste keer Vijfentwintig in het echt.

Een gewone wedstrijd zou ze snel vergeten, maar 24 mei 2017 moest haar voor altijd bijblijven.

Zwijgend sluiten ze aan bij de stroom marcherende fans richting het stadion. De drukte rondom de Friends Arena begint een piek te bereiken. Johannes ziet voornamelijk grijsbebaarde mannen lopen naast jochies die ogenschijnlijk pas sinds vandaag hun schoenen hebben leren strikken en hun veters langs hun gympen hebben hangen. En heel veel kale Engelse fans met hun handen vol bier.
Eenmaal in de schaduw van de Friends Arena draait een man met rugnummer 7 op de achterkant van zijn shirt zich naar Johannes toe.

‘Sir, can I buy your tickets?’

‘No, you can not,’ zegt hij, zonder zijn pas te vertragen.

How much do you want, sir?

‘No, no tickets for sale.’

‘2000 euro each?’

Johannes pauzeert en laat het bedrag op zich inwerken. Het geld kan hem weinig schelen, hij is geen voetballer die zijn levenspad laat afhangen van een paar duizend euro meer of minder: deze wedstrijd is nog veel meer waard. Hij vraagt zich af of hij er voor Sophie wel goed aan doet om zoveel eerste keren in deze finale te stoppen. Of ze wel snapt wat het betekent. Misschien had hij het beter moeten opbouwen. Dan zou ze beter aanvoelen wat het verschil is tussen een wedstrijd die er toe doet en een wedstrijd die er écht toe doet.

Hij ziet haar voor zich uit lopen, met haar ogen op haar telefoon gericht, in de hoop een zwak WiFi-signaal op te vangen.

‘No not OK, no ticket for sale!’ herhaalt hij, terwijl hij haar achterna snelt.

Dit was een fragment uit mijn verhaal met de werktitel Middencirkel.

Meer lezen? Lees verder>

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.