Spelregels

Afbeelding van voetballer die een ingooi neemt.

De Zweedse koning Gustaaf V scheen zelfs op zijn éénennegentigste nog een aardig balletje te kunnen slaan. Moet je nagaan: met de tennisrackets van eikenhout uit zijn tijd, ik heb het over eind jaren ‘40 van de vorige eeuw, was het mogelijk een eland dood te slaan. Om de bal tot op een halve meter nauwkeurig naar de andere kant van het veld te spelen, moest je zo ongeveer over de motoriek van een hartchirurg beschikken. Dat had voor een 91-jarige koning ook een voordeel. Niet uithoudingsvermogen, maar zijn techniek bepaalde hoe lang hij tennis kon spelen.

In zekere zin is tennis alleen maar toegankelijker geworden. Met de laatste modellen van Wilson of Babolat weet zelfs de slager op de hoek die dagelijks beenderen van een kalf af hakt, zijn gebrek aan souplesse te verbergen. Rackets geven je totale controle over de bal. Je hoeft je alleen nog maar te haasten om hem op tijd terug te slaan.

Gelukkig maar dat tennis wordt gespeeld op zo’n klein veld waardoor de afstanden ook na je pensioen nog prima vallen te belopen.

Hoe anders is dat in het voetbal. Volgens Wikipedia moet een officieel wedstrijdveld van de FIFA een lengte hebben van minimaal 100 tot maximaal 110 meter. De breedte mag variëren van 64 tot 75 meter. Die marges maken weinig uit, want voor een veertigjarige prof is een wedstrijdveld veel te groot om negentig minuten lang te worden belopen. Alleen een keeper kan op die leeftijd nog meekomen, puur omdat hij tachtig van de negentig minuten moet wachten voordat hij iets mag doen.

De afmetingen van het veld typeren de arrogantie van een sport die meent dat het in alles de grootste ter wereld is. De gigantische omvang is alleen maar een vorm van overcompenseren en bedoeld om duidelijk te maken dat je niets op het veld te zoeken hebt als je continu een panna wilt geven. Zo wordt langzaamaan vergeten dat het niet draait om de lengte of de breedte. Zo wordt langzaamaan vergeten dat het eigenlijk draait om de kwaliteit van het spel.

De voetbalsport breekt tegenwoordig vooral lichamen af. Sterren scheuren enkelbanden, breken benen, verrekken hamstrings en verliezen zo’n 3 miljoen hersenscelverbindingen in de circa 1654 kopduels die ze in hun carrière aangaan. Voetballers pieken steeds korter, want ze zijn voornamelijk bezig met aftakelen. Maar weinig spelers hebben een antwoord op de afstanden die ze moeten blijven lopen. Maar weinig spelers beschikken over het inzicht te doorzien op welke momenten ze beter kunnen stilstaan.

Johan Cruijff, zijn naam zal nog een aantal keer voorbij komen, doorzag als voetballer het spel op een krankzinnige manier en kon daardoor nog lang meedoen. Hoe ouder hij werd, hoe minder hij hoefde te sprinten — tot het sprinten niet meer ging. Ook als coach van Barcelona speelde hij nog lange tijd mee tijdens trainingspartijtjes. Toen dat door het hoge tempo steeds minder ging, verkleinde hij het veld — net zolang totdat hij van het veld verdween.

Dat was toen. In de jaren tachtig en negentig wemelde het op de clubs van voetballers die in hun jeugd iedere dag op straat speelden, vastbesloten om prof te worden. Daar ontstonden de rasvoetballers. Ze slingerden hun jassen op de grond neer om het doel te markeren, ze pispotten, ze pingelden met de bal aan hun voet tot ze ook maar enigszins in positie kwamen om op doel te schieten. Wie niet goed genoeg was, moest vanaf de zijkant toekijken totdat-ie het tegendeel kon bewijzen.

Nu sterven rasvoetballers langzaam uit en nemen atleten het spel over. Hun lichamen bepalen hoe ver zij het in hun carrière gaan schoppen. Het betekent dat de spelers die broodjes kroket eten worden afgeserveerd en de atleten die na een wedstrijd twee uur lang in een ijsbad vertoeven overblijven. We zien vanavond het resultaat. De dominantste spelers op het veld zijn de spelers die er met hun fysiek bovenuit steken. Neem Thunder, neem Zevenentwintig. Manchester gaat vanavond winnen puur omdat de Portugees beschikt over spelers die samen een onverslaanbare vechtrobot vormen. Met vlammenwerper, met karatetrap, met het grootste uithoudingsvermogen… Met vrijwel alle melee-wapens die hij zich maar kan wensen.

De spelers op het veld veranderen en de omvang van de velden mag zelfs per wedstrijd variëren, maar absurd genoeg blijven de regels al jaren hetzelfde. Voetbal wordt nog steeds op vrijwel dezelfde manier gespeeld als een halve eeuw geleden. De enige grote verandering is het verbod om de bal terug in de handen van je eigen keeper te spelen — ingevoerd in 1991. Die regel lijkt zo logisch dat je verwacht dat hij al veel eerder was bedacht.

Natuurlijk moet je niet veranderen om het veranderen. Natuurlijk hoeven we niet per se te luisteren naar één man die het allemaal beter denkt te weten. We moeten alleen niet vergeten dat de aantrekkingskracht van het voetbal net zo maakbaar is als het succes van clubs die dankzij het vermogen van gas-, olie-, of uraniumbaronnen ineens om de prijzen kunnen spelen. Dus voordat clubs en tv-zenders de aandacht voor het voetbal verder gaan vermarkten, voordat de Chinezen of de Amerikanen verwachten dat wedstrijden van de Engelse competitie ook in hun land kunnen worden gespeeld en voordat zelfs scheidsrechters met een shirtsponsor in zee gaan en hun neutraliteit verliezen, moeten we teruggaan naar de essentie van het spel.

In de kern is voetbal een negentig minuten lange zoektocht van spelers om een doelpunt te scoren met hun voet of been. We noemen het ‘voetbal’ omdat je niet met je handen of andere lichaamsdelen mag gebruiken. Als je principieel bent, zou het dus verboden worden om te scoren met het hoofd.

Om die reden is de inworp een idiote regel. De inworp is de enige spelsituatie die de aanvallende partij vaker een nadelige dan een voordelige situatie brengt. Je gooit de bal naar de enige vrijstaande ploeggenoot in de buurt waarna een verdediger druk zet en je ploeggenoot noodgedwongen de bal direct naar jou terugspeelt. Alleen onvoorspelbare voetballers kunnen met de voorspelbaarheid van de inworp omgaan. Om die reden nam Johan Cruijff het liefste iedere inworp zelf. Dan had hij direct weer balbezit en kon hij zelf een actie maken.

Stel dat we in het spelregelboek de inworp vervangen voor de intrap. Stel dat je voortaan niet langer met de bal in de handen langs de zijlijn hoeft te treuzelen, maar de bal het veld in mag schieten, zo ver als je maar wil. Op die manier kan je razendsnel naar de helft van de tegenstander bewegen, zal het spel heftiger op en neer golven en valt er voor de neutrale toeschouwer meer te genieten. Dat maakt het voetbal weer voetbal. Handen spelen geen rol meer: de controle van je voeten over de bal bepalen hoe goed je bent.

Laat staan dat je ooit nog een tegendoelpunt krijgt doordat de bal bij een inworp uit je handen glipt.

Dit was een fragment uit mijn verhaal over de verloren Europa League-finale van Ajax tegen Manchester United in 2017, met de werktitel ‘1-0’.

Afbeelding: Flickr.com, CC-licentie, Joshjdss

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.