Afgevinkt

Afbeelding: Ajax – PSV in januari 2021 (einduitslag: 2-2).

‘Gefeliciteerd, je bent de nieuwe centrumspits van Ajax. Zoals je waarschijnlijk weet is dit één van de meest veeleisende banen van Nederland. Alleen van een minister van Volksgezondheid wordt in tijden van een pandemie nog meer verwacht. Fans willen dat je minimaal vijfentwintig doelpunten per jaar maakt, je trainer eist dat je meevoetbalt en continu als aanspeelpunt voorin functioneert en iedereen vindt het vanzelfsprekend dat je het inzicht en de passeertechniek hebt van een taxichauffeur uit New Delhi.’

Ondanks het hoge verwachtingspatroon durfde Sébastien Haller het aan. Dat de Amsterdammers zo’n 22.5 miljoen euro voor hem overhadden, zag hij niet als een last, maar als een blijk van vertrouwen. Hij zou er alles aan doen om dat vertrouwen terug te betalen.

Wist hij veel dat hij ook nog afhankelijk was van een medewerker op de administratieve afdeling die ergens in de maand januari een vinkje achter zijn naam moest zetten voordat hij zich ook in Europa kon bewijzen.

Het is heel makkelijk om nu cynisch over Ajax te zijn. En dat ben ik dan ook. Dat een voetbalclub erin slaagt het vertrouwen in de toekomst op z’n minst een flinke knauw te geven – zonder één minuut daadwerkelijk te spelen – is een prestatie op zich. In januari leek de razendsnelle 2-0 achterstand tegen PSV een moeilijke toppermaand in te luiden. Dat viel gelukkig mee. Maar het geblunder met Haller, de schorsing van André Onana en het aanstaande vertrek van de grote beloften Brian Brobbey en Julian Rijkhoff maakt duidelijk dat het nog veel erger kan.

Het gekke van deze corona-tijd is dat je als Ajax-supporter wederom wordt gedwongen om positief te blijven. Ook omdat voetbal überhaupt één van de weinige vormen van entertainment is om je nu aan vast te houden. Ajax heeft er de afgelopen jaren bovendien alles aan gedaan om de invloed van dit soort ‘incidenten’ op te vangen. Of, om maar Louis van Gaal te citeren: ‘Om de rol van toeval zoveel mogelijk te minimaliseren.’

In alle eerlijkheid: voor Kjell Scherpen is de timing van de schorsing van Onana perfect. Na zijn twijfelachtige optreden in de bekerwedstrijd tegen FC Utrecht in december kan hij zondag tegen diezelfde club laten zien wat hij waard is. Na anderhalf jaar in Jong Ajax wordt het voor hem hoog tijd om – voor het eerst sinds mei 2019 – weer minuten in de Eredivisie te maken. Het stempel van ‘grote belofte’ kun je immers niet drie jaar met je mee dragen.

Iets vergelijkbaars geldt voor Traoré. Na zijn vijf goals tegen VVV Venlo, één goal tegen Atalanta en een paar uitgelokte strafschoppen heeft hij – mede door blessureleed – nog maar sporadisch iets laten zien. Nu is zíjn kans, maar zonder dat hij er – zoals in oktober – twee keer in de week 90 minuten moet staan. Hij kan in de schaduw van Haller minuten maken in de Eredivisie en moet zich volledig richten op de Europese duels. Maar is nog een andere hoopgevende optie: Ten Hag kan door deze bijzondere omstandigheden ook worden gedwongen om de befaamde Tadic-variant weer van stal halen.

Blijft over: Haller. Hoe zuur het ook is dat hij de Europese duels moet missen, hij heeft minder last van het moordende speelschema. Als hij Ajax dit seizoen kampioen maakt heeft hij zijn transfersom feitelijk al terugverdiend. Het maakt de op één na meest veeleisende baan van Nederland volgend seizoen iets minder veeleisend. Hopelijk geeft hem dat dan extra motivatie om zichzelf in de Champions League extra te bewijzen.

Want ja, daar hopen we wel weer op.

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.