Daniël Rovers: ‘Literatuur valt niet samen te vatten’

Daniël Rovers

Foto: Daniël Rovers

Onlangs verscheen zijn tweede roman ‘Walter’ – over een jongen die opgroeit binnen een seminarie. Voor CultuurBewust.nl sprak ik met Daniël Rovers over de manier waarop zijn boeken zijn geschreven en hoe de toekomst van het boek er uitziet.

Het interview vindt plaats in café Boom in Amsterdam. Ik vertel dat ik Daniels debuut Elf had gekocht op de dag na de WK-finale in 2010, mede vanwege de titel die iets ironisch had op de dag nadat het Nederlands elftal de belangrijkste voetbalwedstrijd van het jaar verloor –  met tien man. “Die wedstrijd heb ik hier gekeken, de televisie stond buiten op het terras. Het was een van de weinige cafés die niet stampvol zat. Naderhand vierden de Spanjaarden in de tapasbar tegenover feest”, merkt Daniël op.

Wat is de overeenkomst tussen Elf en Walter, je nieuwste boek?
“Er bestaat tussen beide boeken beslist een verband. Het gaat in beide romans om het beschrijven van een mensenleven. In Elf is dat een beknopte biografie van elke persoon in ongeveer elf bladzijdes, vanuit een vogelperspectief. Zoiets wilde ik eerst ook in Walter gaan doen met de verschillende seminaristen, maar dat werkte niet. Ik heb er uiteindelijk voor gekozen één persoon te beschrijven, en daar heb ik – op een hele andere manier –  één verhaal van gemaakt.”

Hoe is de structuur van Walter ontstaan?
“Schrijven over een jongen die priester wil worden in de jaren vijftig en zestig – dat lijkt een oubollig onderwerp. De grote moeilijkheid bestond eruit om die jongen, mijn Walter, tot leven te wekken, tot de verbeelding te laten spreken. Dit kon alleen maar als ik me écht zou proberen in te leven in de persoon van een elfjarige, twaalfjarige, dertienjarige jongen, die opgroeit in de hechte en disciplinerende structuur van een katholiek seminarie. Ik heb ervoor gekozen om steeds één moment uit één dag uit één jaar in het bestaan van Walter te beschrijven; daaruit is de vorm van het boek ontstaan. Elf is meer geschreven vanuit een klassiek biografisch vertelstandpunt. Daar is een verteller aan het woord die schijnbaar het overzicht heeft over iemands leven – maar ook daar worden de personages niet van de wieg tot het graf gevolgd. De biografische romans die ik schrijf moeten juist het vitale en onverwachte oproepen eigen aan het leven.”

Ik leg het boek A visit from the Goon Squad (in het Nederlands vertaald als Een bezoek van de knokploeg) aan Daniël voor. Ik probeer uit te leggen hoe mijn nieuwsgierigheid voor Elf in de boekwinkel werd gewerkt: dat ik door de cover en tekst op de achterflap een idee kreeg van het verhaal. Een mozaïekvertelling in de trant van A Visit from the Goon Squad waarbij gebeurtenissen uit de levens van verschillende personages worden omschreven en er sprake is van een ingenieuze overlap.

“Op zinsniveau denk ik dat je als schrijver nog wel overzicht kunt houden over wat je doet. Om overzicht te houden op hoe de compositie eruit gaat zien, en hoe die compositie vervolgens op de lezer overkomt, dat is echt heel moeilijk, zo niet onmogelijk. Het zijn intuïtieve keuzes die een schrijver dan maakt en die vervolgens een boek een onverwachte kant op kunnen sturen. Schrijven is als watermanagement: de vloedgolf komt toch altijd onverwacht.”

Waarop probeer je te letten als je aan het schrijven bent?
“Iedereen die gaat schrijven, gaat in clichés schrijven. Daarmee bedoel ik dat afgekauwde taal, nietszeggende frases de tekst binnensluipen. Die verraden hoe iedereen geneigd is te zeggen en te schrijven en te denken wat al tig keren eerder is gezegd en geschreven en gedacht.  Het gaat om zaken als ‘hij had zoiets van’, of, nu ik erover denk, om ‘het gaat om zaken als’. Op zich is spreektaal niet zo erg, als wel het gebruik van spreektaal in de veronderstelling een ontzettend scherpe zin neer te schrijven. Dergelijke zinnen roepen niets op, brengen niets teweeg, behalve dan dat het een kijkje biedt in het gedresseerde denken van een kuddeschrijver.”

Na aanleiding van het boek This is not the end of the book, een interview met Umberto Eco en Jean-Claude Carrière, komen we op de ontwikkelingen in het boekenvak.

Hoe kijk je zelf naar de toekomst van het boek?
”Ongetwijfeld bestaat er een probleem dat ‘ontlezing’ wordt genoemd, of liever: mensen lezen vooral anders. Meer Facebook, minder conventioneel boek. Maar ik denk dat degenen die het einde van de literatuur verkondigen, en daar dan een boek over schrijven, een groter gevaar opleveren. Het valt me op dat die mensen nooit echt grote lezers zijn, nooit echt werkelijk van literatuur houden. Het is alsof iemand die niet van honden houdt, zegt dat de liefde voor viervoeters nu toch echt haar langste tijd heeft gehad. Mij interesseert vooral hoe die zogeheten ‘ontlezing’ de literatuur gaat vormen. Romans zullen beknopter worden, waardoor het tempo veel hoger komt te liggen. Elf is daar al een voorbeeld van. Voor een oudere generatie is dat soms moeilijk te verhapstukken, omdat de informatiedichtheid ook veel hoger wordt. Ik zelf houd erg van boeken die de lezer niet als malle Pietje beschouwen, hem niet vervelen met ellenlange uitleg en beschrijvingen. Een mooie maatstaf voor literatuur: het is een genre dat niet valt samen te vatten; elke zin moet raak zijn.”

Trefwoorden

Deel dit verhaal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.