De geschiedenis van mijn seksualiteit – Sofie Lakmaker

Het lijkt alsof uitgeverij Das Mag vrijwel alleen nog maar boeken uitgeeft die gebaseerd zijn op het leven van de auteur. Als trouwe afnemer van het e-boekenabonnement moet ik teruggaan tot 2019 voor het laatste niet-autobiografische Das Mag-boek dat ik heb gelezen (Peter Buurmans roman Een goede nachtrust). In het geval van Sofie Lakmakers debuut De geschiedenis van mijn seksualiteit doet het verplichte (?) autobiografische karakter niets af aan de kwaliteit. Dat komt mede doordat de schrijfster zichzelf niet bijster serieus neemt. En vooral enorm grappig schrijft. Het compacte verhaal (137 pagina’s op een e-reader) zit vol scherpe observaties over haar liefdesleven, niet-voltooide studies en halvegare studiegenoten.

Zo schrijft ze over filosofie:

“Kritische maatschappijtheorie was een wat eigenaardig vak. Om te beginnen was er eigenlijk niemand die het volgde. We zaten er met zijn zessen, en de enige die wat zei was een meisje dat heel veel met kanker schold. ‘Kanker onrechtvaardig, ouwe.’ Dat soort dingen zei ze meestal. Soms had ze een kater, en was ze minder spraakzaam. ‘Kanker onrecht,’ was haar conclusie op die momenten. Stuk voor stuk prachtige titels voor ons vak, wat mij betreft.”

En over Russisch:

“Omdat ik tijdens mijn studie Russisch al uit de puberteit was, besloot ik enkel nog in de resultatieve tijd te spreken. Dat is een voltooide beweging waarbij je in tegengestelde richting heen en weer bent gegaan. Bijvoorbeeld: ‘Ik ben zonder chlamydia naar Natasja’s huis gegaan, en met chlamydia weer terug naar het mijne.’ Wanneer je uitsluitend in de resultatieve tijd spreekt, kan je nooit hard maken dat Natasja aan jou chlamydia heeft gegeven. Dan kom je weer in meer ruimtelijke en tijdelijke zones terecht. Maar je kunt het wel suggereren dat zij er iets mee van doen heeft.”

Heel sec kun je het boek samenvatten als een zoektocht van vertelster Sofie Lakmaker naar een passende studie en een passende liefde. Het is een geanimeerd kroeggesprek van iemand die in zevenmijlslaarzen door al haar mislukte relaties loopt. Maar daarmee doe je het verhaal ook tekort. Daarvoor zijn de observaties over de mensen in haar leven te scherp.

Columniste Jozefien van Beek maakte in De Standaard de vergelijking met Catcher in the Rye: de vertelster in De geschiedenis van mijn seksualiteit heeft een grote mond, maar durft zich niet te conformeren aan de wereld en zich daardoor niet aan iemand kan overgeven. Zoals ze zelfbewust opmerkt: “Weet je wat het ding is met de liefde? Je moet haar hele beweging vertrouwen. Niet alleen het begin, niet slechts het einde – de hele godvergeten beweging. Maar ik kon het niet.”

Maar door in de laatste hoofdstukken terug te grijpen op de onverwachte dood van haar moeder gaat ze te ver van haar echte verhaal af staan. Ja, het ziektebed van haar moeder verklaart de bravoure van de vertelster en wat ze probeerde te verbergen. Alleen is het niet alsof de relatie met de moeder in de rest van het boek wordt geproblematiseerd. Eerder hoe ze zich moet verhouden tot studievriendinnen/-vrienden/een schrijver die zeker niet op een echte schrijver is gebaseerd/ een ijzige docente Russisch/ andere studies die haar geen bal interesseren. Als het verlies van haar moeder wél haar echte verhaal is, blijft onduidelijk waarom haar liefdesleven daar mee samenhangt. Ondanks die veranderde verteltoon biedt De geschiedenis van mijn seksualiteit in zijn geheel meer dan genoeg leesplezier.

Trefwoorden

Deel dit verhaal

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.