De stad der blinden – José Saramago

Jose Saramago - De stad der blinden

Van het éne op het andere moment raken vijf burgers hun gezichtsvermogen kwijt; zij zien niets anders dan een melkachtige mist voor hun ogen. Een oogarts kan er geen medische verklaring voor geven en wordt zelf ook blind. De regering spreekt hierop van een besmettingsepidemie en besluit de groep blinden en enkele ‘risicogevallen’ op te sluiten in een oud ziekenhuis. Zo moet de rest van de bevolking in De stad der blinden tegen een ramp worden beschermend.  

Na de eerste vijftig pagina’s van het boek dringt zich aanvankelijk een parallel met het PRISM-programma. Hoe groot is de legitimiteit van een staat om zich omwille van de algemene veiligheid te bemoeien met het leven van burgers? Toch gaat José Saramago in zijn boek daarna eigenlijk maar zijdelings in op deze vraag. De Portugees, winnaar van de Nobelprijs voor de Literatuur in 1998, legt de focus van het verhaal op een ander aspect.

Al snel blijkt dat de aanpak van de blindheidsziekte niet werkt. Toch blijft de regering steeds meer blinden en risicogevallen in het door militairen bewaakte ziekenhuis opsluiten. Dit leidt tot grote wanorde in de overbevolkte slaapzalen. Een eventuele rechtvaardiging voor het opsluitingsbevel van de regering komt buiten kijf te staan; deze bestaat gewoon niet.

Verlangen naar blindheid
Met De stad der blinden maakt Saramago de bron zichtbaar van de anarchistische situatie in het ziekenhuis – en in de wereld daarbuiten. Hij beschrijft hoe de blinden langzaam hun menselijkheid verliezen: wc’s raken verstopt en mensen doen hun behoefte overal door het gebouw omdat toch niemand het ziet – op één persoon na.

De stad der blindenEr is nog één ziende in het ziekenhuis: ‘de vrouw van de oogarts’  – Saramago geeft de personages geen namen. Door te doen alsof zij ook door het blindheidsvirus is getroffen, wordt zij ook opgesloten en kan ze haar man (‘de oogarts’ dus) bijstaan. Zij ziet hoe de blinden in het ziekenhuis aftakelen.

Geleidelijk treedt de vrouw van de oogarts naar voren als een soort Verlosser. Zij neemt de verzorging van een groep blinden op zich en probeert hen zo ‘humaan’ te houden. Herhaaldelijk wenst de vrouw ook zelf blind te worden, zodat ze niet meer hoeft te zien hoe de blinden steeds meer afstand doen van hun menselijkheid: haar man kruipt in bed met het meisje met de zonnebril en ondertussen verandert het ziekenhuis in een zwijnenstal waar iedereen zich een weg moet banen door de uitwerpselen. Ten slotte weigeren de blinden hun doden te begraven, schieten militairen buiten op iedereen die dreigt het ziekenhuisgebouw te verlaten en liggen op straat half opgevreten lijken waar honden zich te goed aan doen.

Filosofische insteek
Saramago geeft niet veel gedetailleerde beschrijvingen van deze ‘onmenselijkheid’. Hij benoemt de chaos, de stank in het ziekenhuis of de ellende op het gezicht van de blinden, maar is zuinig met de details. Eigenlijk geldt dit ook voor de personages die hij, zoals gezegd, met een korte typering (het meisje met de zonnebril, de eerste blinde) beschrijft. In een gesprek met een schrijver geeft de vrouw aan de oogarts waarom een schrijver voor deze stijl kan kiezen: U bent schrijver (…) dus weet u ook dat je aan adjectieven niets hebt, als een mens iemand vermoordt bijvoorbeeld, zou het beter zijn om dat zo sec te stellen en erop te vertrouwen dat de verschrikking van de daad op zichzelf choquerend genoeg is om niet ook nog eens te hoeven zeggen dat het verschrikkelijk was. 

De stad der blinden lijkt soms eerder met een filosofische dan een prozaïsche insteek te zijn geschreven. De gedachtes van de personages worden altijd verklaard. Iedere keuze van een personage sluit daar naadloos op aan. De bijna  uitgekauwde manier van schrijven stoort eigenlijk alleen in de scène waarin wel heel letterlijk een verklaring voor de verspreiding van de blindheid wordt gegeven. De roman heeft uiteindelijk meer weg van een verhalend essay waarin de schrijver naar één conclusie over de mensheid toewerkt.

Mensen zijn altijd al blind geweest, stelt de vrouw van de oogarts tegen het einde van het verhaal. Doordat zij nu hun gezichtsvermogen verliezen, hebben zij nu ook letterlijk geen oog voor elkaar. Juist deze boodschap maakt van de gebeurtenissen aan het einde van De stad der blinden een gepast geheel. De laatste zinnen van de roman leiden ertoe dat je Saramago de uitgekauwde manier van schrijven tenslotte wilt vergeven.