De vijf beste voetbalboeken volgens Hugo Borst

Cover van Tussen het tuig, geschreven door Bill Buford

Vrijdag begint Louis van Gaal met Oranje aan de eerste wedstrijd van het WK voetbal in Brazilië. Eerder dit jaar verscheen van schrijver en sportjournalist Hugo Borst een boek waarin hij de ‘totale mens’ achter onze bondscoach probeert te vatten. In gesprek met De Groene noemt hij enkele van zijn favoriete verhalen over het spel op en om de grasmat.

De huidige bondscoach van Oranje had volgens Borst ook goed in een roman kunnen functioneren. ‘Ik ben zelf meer van de non-fictie en daarom heb ik voor deze vorm gekozen. Maar ik zie in Van Gaal wel een intrigerende, vaderlijke figuur voor de fictie.’ In O, Louis schrijft Borst over zijn grote obsessie met Van Gaal en probeert hij zijn fascinatie vóór, en weerzin tégen hem te verklaren. Borst: ‘Ik vraag van mezelf en van anderen die mij biologeren heel veel. Als ik Van Gaal vervolgens de maat neem, dan zou het wel een tikje hypocriet zijn om mezelf niet de maat te nemen.’

Bovenal doet de sportjournalist, door interviews met onder anderen historicus Maarten van Rossem en komiek André van Duin, een poging om onze bondscoach te duiden. ‘Van Gaal is een gecompliceerde man, een vermakelijke man en een deskundige man. Zijn gedrag roept heel veel vraagtekens op. Niet alleen voor mensen die hem intensief volgen, maar ook voor mensen die hem deze zomer via de televisie in de huiskamer gepresenteerd krijgen. Met mijn boek wil ik hem voor een breder publiek begrijpelijk maken. Of ik daar helemaal in geslaagd ben, weet ik niet.’

Volgens Borst verschillen voetbalverhalen in een boek of een literair voetbaltijdschrift als Hard Gras – waar hij in de hoofdredactie zit – op een aantal punten met de dagelijkse sportjournalistiek. ‘Het zijn veel tijdlozere verhalen die vaak gaan over verlies en verdriet. Ik denk dat het belangrijkste is dat journalisten of schrijvers hun passie en obsessie erin kunnen beschrijven. Je wilt iemand daarbij alle vrijheid geven in zowel de vorm als de lengte van het verhaal.’

‘Voetbal is een emotionele sport. Het gaat heel vaak over verdriet en nederlagen. Al denk ik dat je als schrijver met het wielrennen nog beter uit de voeten kunt. Die sport is nog dramatischer en misschien ook valser.’

Maar welke voetbalboeken zijn volgens Borst het best geslaagd? ‘Ach, de beste… Dat zou ik niet willen beweren. Ik heb veel moois nog niet gelezen, laat dat gezegd zijn. Deze boeken zijn voor mij belangrijk, in willekeurige volgorde.’

Jan Liber – Het voetballeven van Faas Wilkes
‘Ik liep langs mijn boekenkast met de vraag wat ik moest uitkiezen. Dat kan bij mij nogal veranderen per keer, maar dit boek was toch een soort ontwaken voor mij als twaalfjarige. Ik heb Faas Wilkes nooit zien voetballen, maar mijn vader vertelde wel eens over hoe bijzonder deze Rotterdamse voetballer was. Door Liber heb ik mij als kind kunnen verplaatsen in wat hij precies betekende, vóórdat Johan Cruijff de Nederlandse velden betrad. Wilkes slaagde als een van de eerste Nederlandse topvoetballers in het buitenland. Cruijff was geïnspireerd door hem, zegt hij zelf nog steeds.’

Marcel van Roosmalen – Je hebt het niet van mij
Van Roosmalen doet verslag van het teleurstellend verlopen seizoen 2005-2006 van Vitesse onder coach Edward Sturing. De Arnhemmers eindigen via de play-offs uiteindelijk op een tiende plaats in de competitie. Illustratief voor het jaar was de uitschakeling in de tweede ronde van het bekertoernooi na strafschoppen tegen Eerstedivisieclub AGOVV. ‘De gekte van Vitesse beschreven door een Vitesse-supporter. Je lacht je kapot en denkt en passant: wat een niveau, die voetbalwereld.’

Bill Buford – Tussen het tuig
‘Hooliganisme is niet beter beschreven. Tijdens het lezen hiervan werd ik gechoqueerd door de agressie en het geweld en het criminele karakter van hooligans. Ik was nog wel wat gewend, ik herinner me nog hoe in 1970 tijdens een wedstrijd van Sparta Feyenoord-supporters prikkeldraad rondom het veld openknipten en vervolgens de grasmat op kwamen. Ik was toen zeven of acht jaar, dat maakte diepe indruk. Dit boek verscheen twintig jaar later. Een Engelse journalist begeeft zich als een soort oorlogsverslaggever rond de voetbalstadions. Hij beschrijft ook de inventiviteit van de aanvoerders van het voetbalgeweld: het gaat echt om maarschalken en het voetvolk. Het boek blijft ook actueel als je ziet wat er na de bekerfinale weer naar buiten komt. Criminelen die zichzelf supporter noemen maken niet alleen de dienst uit op de tribune, maar kunnen ook het beleid bepalen omdat ze een positie als afgevaardigde bekleden. Of simpelweg omdat ze bedreigingen uitvoeren. Dit was een van de eerste boeken die daar zo openlijk over gingen. Dat vind ik erg knap en dapper.’

Nick Hornby – Voetbalkoorts
Met deze roman (in het Engels verschenen als Fever Pitch) debuteerde de populaire Engelse schrijver Hornby in 1991. Hij beschrijft zijn fascinatie voor de voetbalsport en voor zijn club Arsenal in de periode 1968 tot en met 1992. ‘Ik denk dat dit boek een begin is geweest om te laten zien hoe je over het leven kunt schrijven met voetbal als kapstok. Hornby maakte zo de weg vrij voor andere schrijvers. Het is een obsessief verslag van een voetballiefde. Ik ben zelf supporter van Sparta en kan Hornby goed begrijpen in wat een club voor je betekent.’

Nico Scheepmaker – Cruijff, Hendrik Johannes, fenomeen
‘Volgens mij is het ook al twintig jaar geleden dat ik dit boek heb gelezen. Bij het schrijven van O, Louis dacht ik er vaak aan, maar heb er bewust geen blik in geworpen. Ik wist mij nog te herinneren dat Scheepmaker een originele structuur had gekozen, die overigens niet op die van mij lijkt. Het is niet een heel gewone biografie zoals je die kunt lezen. Misschien moet ik het nu eens gaan herlezen.’

Trefwoorden

Deel dit verhaal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.