Lelieblank Scharlakenrood (2) – Michel Faber

Er zitten prachtige zinnen in Fabers bijna duizend pagina’s tellende roman, maar soms zijn het er te veel. Ik begin me bij enkele personages af te vragen waarom ik zoveel over hen te weten moest komen, waarom zij überhaupt zo’n grote rol kregen.

Lees hier deel 1 van de blogbespreking van Lelieblank, Scharlakenrood (Michel Faber).

Neem Emmeline Fox of Henry Rackham; allebei vol idealen, allebei op zoek naar een manier om de armoede in het Londen van 1874 te bestrijden en allebei uitgebreid geportretteerd door de verteller. Het voelt erg onbevredigend (spoiler!) nu Henry plots is omgekomen bij een brand en Emmeline in de hoofdstukken daarop naar een zijspoor wordt uitgerangeerd. Of moet ik ze nu bestempelen als ijzersterke literaire personages, mensen met wie ik me verbonden voel en waarvan ik nog geen afscheid had willen nemen?

Het middenstuk van Lelieblank, Scharlakenrood barst van de gewoontes en typeringen van de hoofdkarakters. We volgen Sugar op de voet wanneer zij besluit om William te bespioneren en meer over zijn leven te weten te komen, we volgen Henry op de voet wanneer hij de hoerenbuurt van Londen intrekt om met mensen te praten én we volgen Agnes op de voet – wanneer ze thuisblijft.

Zij – de vrouw van Willam, maar toch vooral een kind van 22 jaar – fascineert het meest met haar hersenspinsels en is wat mij betreft de grote ster van het verhaal. Neem deze passage:

De souvenirs van Folkestone waren nog maar nauwelijks uitgepakt of Agnes bleek een nieuwe gril ontwikkeld te hebben, een dwaas ritueel dat helaas reeds een vaste gewoonte was geworden. Iedere ochtend voor het ontbijt tracht ze een opwindspeeltje te laten vliegen vanaf de vensterbank van haar slaapkamerraam. Dat het ratelende mechanische vogeltje als een baksteen naar beneden valt, dat zijn snaveltje gebroken is en dat zijn linkervleugeltje is versplinterd, weerhoudt Agnes niet van haar ritueel.

Of dit:

Op de noordpool is het (als ze mag afgaan op wat de boeken haar vertellen) de gehele tijd dag en nooit nacht, hetgeen zeker aangenaam zou wezen. Doch wat ze niet helemaal begrijpt is of dat inhoudt dat de Tijd daar zelf stilstaat. En, indien zulks, niet het geval is, of dan ten minste iemands nummerieke leeftijd niet toeneemt. Ze vraagt zich af wat verkieslijker zou zijn: nooit meer veranderen omdat niets ooit meer verandert, of grijs worden en ondertussen voor altijd drieëntwintig blijven.

Bij Agnes ontbreekt door een noodlottige jeugd en een ongelukkige samenloop van omstandigheden alle kennis over het vrouw-zijn. Ze denkt dat de duivel het op haar gemunt heeft wanneer zij ongesteld wordt:

De vrouw, die elk afzonderlijk haartje van haar wenkbrauwen door en door kent, (…) heeft slechts een zeer vaag idee van wat ze haar ‘onderste’ noemt. Het enige wat ze weet is dat dat deel van haar door een betreurenswaardige fout in het ontwerp, niet goed is afgesloten en daardoor vatbaar is voor de krachten en invloeden van de Boze. (blz. 543)

Ondanks deze sterke beschrijvingen van de hoofdpersonages, benadrukt Faber soms onnodig vaak hoe kinderlijk William zijn vrouw Agnes wel niet vindt. Of hoezeer Sugar haar moeders karakter in zichzelf herkent:

Haar maag draait zich spontaan in haar om, haar gezicht loopt knalrood aan. Het heeft haar negentien jaar gekost om tot het inzicht te komen dat zij de dochter is van mevrouw Castaway, dat het brein dat in haar schedel zetelt en het hart dat in haar borst klopt, replica’s zijn van dezelfde organen als die in haar moeder broeien. (blz. 707)

Met nog 200 bladzijdes te gaan, begin ik nu pas een idee te krijgen waar het verhaal naartoe loopt. Betekent dit dat ik een boek zonder lopend plot lees en het al meer dan genoeg vermaak biedt? Ik denk het wel.

Voetnoot voor de lezer
Mijn idee aanvankelijke idee was om op regelmatige basis te bloggen over Lelieblank, Scharlakenrood. Dat is – met twee blogs over een roman van duizend pagina’s – niet gelukt. Een boek laat zich blijkbaar pas bespreken na een eerste lezing, althans in mijn geval. Misschien valt een recensie ook niet gelijkstellen aan een leesverslag. Bij een voetbalwedstrijd kun je ook pas na negentig minuten het resultaat analyseren. In die zin is mijn boekenblog-experiment geslaagd: het toont de kracht van één bespreking van één boek en de zwakte van meerdere, fragmentarische leesverslagen.

Voortaan zal ik het houden bij één bespreking per boek.

Trefwoorden

Deel dit verhaal

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.