Trilling

Kleedkamer van Ajax in de Friends Arena, Solna.

Het onderstaande verhaal is gebaseerd op mijn manuscript Middencirkel, een verhaal over de verloren Europa League-finale van Ajax tegen Manchester United in 2017.

Ze zeggen dat alle kunst uit leegte voortkomt: boeken beginnen met een blanco bladzijde, films met een zwart scherm en voetbalwedstrijden op een verlaten grasveld. Kunstenaars bouwen op deze leegte voort. Ze vertragen tijd, voeren spanning op of wekken verwachtingen — allemaal met het doel om het verbond met de lezer, kijker of fan te versterken. Door langzaam toe te werken naar het moment waarop druk de mooiste dromen en grootste angsten vloeibaar maakt, kan de kunstenaar het publiek laten geloven in zoiets als perfectie.

Concreter: denk aan een bal die in de laatste minuut van de blessuretijd over de keeper heen wordt gewipt waardoor honderden kilometers verderop in Amsterdam asynchroon een oorverdovende oerkreet opstijgt. Eerst uit de kelen van de fans die de wedstrijd via de radio volgen, negentien seconden later overstemd door de meerderheid die in de kroeg kijkt en als laatste uit een eenzaam individu dat in de slotfase nodig moest pissen en nu met de broek tot onder de knieën de woonkamer komt binnenwaggelen om te kijken of het getetter van de commentator op zijn plaats is of niet.

 

Daar sta je dan. Samen met eenentwintig spelers en tweeëntwintig mascottes — kinderen die minimaal acht jaar jonger zijn dan jij – wacht je op een teken. Om 20:42 starten tv-zenders met hun rechtstreekse verslag van deze finale en mogen jullie het veld betreden. Je bent er klaar voor, maar je hoopt dat je er net iets meer klaar voor bent dan jullie tegenstander.

De mascottes kijken zo nu en dan ongelovig om zich heen. Niet naar jou, maar naar de spelers van Manchester. Het zijn gezichten die ze normaal alleen op een scherm zien tijdens een potje FIFA op de PlayStation. Gezichten die ze zo goed meenden te kennen, lijken van dichtbij een stuk echter. En daardoor beangstigender. Je ziet sommige mascottes rillen van opwinding. Of komt het door iets anders?

Volgens je fysiotherapeut vertelt je lichaam met een rilling dat er iets aan de hand is. Je rug rilt van de kou, je vingers trillen van de…

Je vraagt je af wat het verschil is tussen een rilling en een trilling. Is het één groter of gevaarlijker dan het ander? Of zijn het twee woorden die precies hetzelfde omschrijven?

Vanochtend rilde je toen je onder de douche stond. Misschien kwam het door het koude water of misschien door de vermoeidheid. Je wordt al een week lang, iedere ochtend om zes uur wakker met de gedachte dat de wedstrijd gespeeld is en jullie verloren hebben. Je houdt van uitslapen, maar zeker op een wedstrijddag lukt dat nooit. In bed visualiseer je alle één-tegen-één-duels met je tegenstander, dat hoort bij de voorbereiding. Een bal door de benen, een kopbal door precies op tijd vóór je man op te duiken, een duel waarin je een verdediger op pure snelheid aftroeft. Dat visualiseren kost energie, je moet je concentreren om de wedstrijd tot leven te brengen en te voelen dat je middenin de actie zit. Gelukkig val je daarna soms weer in slaap.

Je weet nog hoe voetbal was toen je de leeftijd van de mascottes had en je voor je verjaardag een voorwerp kreeg dat nooit uit zichzelf stil kon liggen. Je vader noemde hem Bal en zei dat de beste voetballers aller tijden in hun jeugd minstens tienduizend uur trainden. Dat getal zei jou weinig, maar je vond het heerlijk om van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat Bal tegen een muur aan te trappen en steeds meer controle over hem te krijgen. Zo verloor je jezelf in een spel dat je niet leek te kunnen verliezen.

Pas later meldde je vader je aan bij een club in de buurt zodat je wedstrijden kon spelen. Toen werd het spel een stuk lastiger. Je moest rekening houden met tegenstanders én medespelers om je heen. Vaak voelde het alsof je er alleen voor stond en je de bal beter zelf kon houden. Maar hoe meer je speelde, hoe makkelijker het werd alles om je heen te vergeten. Pas als je je buiten het veld bevond, kwamen er vragen. Op school moesten ze weten welk vakkenpakket je wilde kiezen zodat je later een goede opleiding kon volgen. Thuis vroeg je moeder indringend of je voetbalde omdat je vader dat zo graag wilde — jij zei van niet. Je zei dat je uitdaging leuk vond en je daarom voetbalde. Dat leek haar gerust te stellen.

Hoe vaker je scoorde, hoe vaker je vader zei dat je talent had. Jij vond zijn complimenten niet terecht, want hij stond nooit op het veld. Waarom zou hij dan iets mogen zeggen? Je concludeerde dat je anderen pas kunt veroordelen als je boven hen uitsteekt.

Je herkent veel van jezelf in Coach. Misschien komt het door de ernstige manier waarop hij naar voetbal kijkt — en hoe onverschillig hij omgaat met mensen die voetbal anders beleven. Coach lijkt te begrijpen wat er in je omgaat als je niet op het veld staat. Hij stelt je op en jij betaalt zijn vertrouwen terug. Uiterst kalm en koelbloedig scoorde je bij je debuut en even kalm en koelbloedig maakte je twee maanden later je eerste hattrick.

Fans vonden het opvallend dat je zo normaal bleef. Dat je geen tattoos liet zetten, dat je ‘ijzig kalm’ de vragen van journalisten over je toekomst beantwoordde en dat je na ieder doelpunt dezelfde nonchalante beweging maakte: enkele seconden spreidde je je armen alsof je wilde opstijgen om vervolgens direct naar de middencirkel te lopen. Jij vond het vanzelfsprekend, al vroeg je je ook wel eens af of het anders kon.

Je houdt je voor dat het bijna zomer is. Na vanavond begint het jaar weer op nul en mag je opnieuw doelpunten maken om te laten wat je waard bent. Coach had je verzekerd dat een nieuw seizoen als een bevrijding zal voelen.

Je kijkt naar beneden, de mascotte naast je staart naar de aanvoerder van Manchester. Hij steekt lachend zijn tong naar haar uit.

‘Hoe heet je?’ vraagt hij op een verrassend zachte toon.

‘Sandra,’ zegt de mascotte. Ze kijkt naar jou en vraagt: ‘En hoe heet jij?’

Je noemt je naam. Ze lijkt eventjes in gedachten verzonken, alsof ze die naam ergens van kent, maar niet weet waarvan. Misschien moet je haar helpen en iets over jezelf vertellen, maar wat?

Vanuit je buik voel je maagzuur opkomen. Je probeert je te herinneren wat je uit de fruitschaal in de kleedkamer hebt gegeten. Je slikt een keer, twee keer, maar het helpt niet. Je knijpt in de zweterige hand van Sandra. Of is jouw hand zo vochtig?

Je doet je ogen dicht en probeert te focussen op alles buiten de tunnel: de geur van de kruitdampen van het vuurwerk, de stadionspeaker die de spelersnamen opsomt, het geschreeuw van de fans op de tribune die maar één ding willen …

Je laat Sandra’s hand los. Terwijl iedereen je verbaasd nakijkt, ren je terug door de tunnel.

‘Alles komt goed,’ zei Coach op de ochtendtraining. Je herhaalt de woorden nu tegen jezelf, terwijl het zweet je uitbreekt en je met half dichtgeknepen ogen de kleedkamer binnenstormt.

‘Alles?’ zegt een stem in je achterhoofd. ‘Ik vraag mij af of we zoveel van jou mogen verwachten.’

‘Alles komt goed,’ herhaal je bezwerend, al neemt de misselijkheid alleen maar toe.

Je rent een wc-hokje in, bukt voorover en staart naar het plasje water in de wc-pot. Daarnet wist je zeker dat als je je avondeten uitbraakte, je je weer jezelf zou voelen. Maar dan moet het wel nu komen.

Voorzichtig duw je een vinger in je keel. Niet te diep, want dat doet pijn. Er gebeurt niets. Kan het zijn dat de misselijkheid niet echt is? Je spuugt wat slijm in de pot, meer voor de vorm. Je voelt je nog precies zoals toen je de zweterige hand van Sandra vasthield. Moe, slap en zeker niet beter of scherper dan jullie tegenstander. Of maak je die nu te sterk?

Je spoelt de wc door, loopt naar de wastafel en gooit een plens water in je gezicht. Je herhaalt dat je er klaar voor bent, je schreeuwt dat je er écht klaar voor bent. In de spiegel zie je Coach achter je staan, maar wanneer je knippert met je ogen is hij verdwenen.

Er schiet een ander beeld door je heen, een herinnering aan je droom vannacht. Je liep over het veld, er waren nog drie minuten te spelen en jullie stonden met 1-0 achter. Je weet nog dat je naar je rechterhand keek, hij trilde. Toen begreep je wat er moest gebeuren.

Je kreeg de bal aangespeeld in de middencirkel. Je nam hem aan met links, tikte hem omhoog met rechts en legde hem met één beweging stil op je voet. Zo bleef je staan terwijl het publiek op de tribune zowel juichte als floot.

De leegte was verdwenen, het kunstwerk was klaar — en jij stond er middenin.

Trefwoorden

Deel dit verhaal

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.